Ken je dat? Je zit gezellig een potje te kaarten of een spelletje te doen met je kind, en zodra het verliest, barst de bom.
▶Inhoudsopgave
Boosheid, huilen, tafel omgooien of gewoon stamped in. Het voelt alsof je ieder spelletje moet ‘laten winnen’ om de vrede te bewaren. Maar dat is geen oplossing. Het is vermoeiend en je wilt natuurlijk niet dat je kind straks de enige is die denkt dat hij of zij de wereld aan kan zonder ook maar één tegenslag te hoeven incasseren.
Verliezen is een vaardigheid. Net als fietsen of lezen.
Sommige kinderen vinden het lastiger dan andere. In dit artikel lees je hoe je je kind helpt om anders te kijken naar verliezen, zonder dat het een strijd wordt.
Waarom verliezen zo’n pijn doet
Veel ouders denken dat hun kind ‘te competitief’ is, maar vaak is het iets anders.
Kinderen die moeilijk kunnen verliezen, hebben vaak een zwart-wit denken. In hun hoofd bestaat er geen middenweg: je bent een winnaar of een loser. Het idee dat ze ‘niet goed genoeg’ zijn, voelt als een directe bedreiging voor hun zelfvertrouwen.
Vooral perfectionistische kinderen hebben hier last van. Zij leggen de lat voor zichzelf zo hoog dat elke misstap voelt als een totale mislukking.
Het is niet alleen boosheid; het is vaak diepe teleurstelling in zichzelf.
Ze weten dondersgoed dat het maar een spelletje is, maar de emotie is te groot om rationeel te blijven denken.
De eerste hulp bij verlies-woede
Als je kind net heeft verloren en de emoties lopen hoog op, is het nutteloos om te beginnen met een preek over sportiviteit. Het kind zit namelijk in een soort overlevingsmodus.
Check je eigen reactie
Je hersenen kunnen dan niet meer logisch nadenken. Voordat je iets zegt, check jezelf. Ben je zelf teleurgesteld dat je hebt gewonnen?
Soms drukken we onbedoeld het tempo op door te juichen of te zeggen: “Zie je wel, je had die ene zet anders moeten doen.” Probeer je eigen winst te relativeren.
Geef de emotie een naam
Zeg bijvoorbeeld: “Wat spannend zeg, ik had echt geluk.” Wanneer je kind boos is, helpt het niet om te zeggen: “Doe niet zo zeuren.” Probeer het gevoel te benoemen. Zeg: “Ik zie dat je teleurgesteld bent. Het is ook vervelend als je zo je best doet en het dan net niet lukt.” Door het gevoel te benoemen, voelt je kind zich gezien.
Het maakt de lading vaak al een stuk minder zwaar. Soms is de emotie te groot voor woorden.
Neem een time-out
Dan is het prima om even te stoppen. Zeg: “Laten we het spel even in de doos doen en een glas water drinken.” Het gaat erom dat je kind leert dat het even uit de situatie mag stappen.
Het spel is even klaar, en dat is oké.
Spelletjes kiezen die helpen
Niet elk spel is even geschikt om te oefenen met verliezen. Sommige spellen zijn puur geluk en dat is voor een verliezer-lastige peuter of kleuter soms frustrerender dan leerzaam.
Probeer spellen te kiezen waarbij het proces belangrijker is dan het eindresultaat. Denk aan bouwspellen of creatieve spellen. Spellen zoals LEGO of Duplo waarbij je samen iets bouwt, zijn ideaal.
Er is geen winnaar, alleen een eindresultaat waar je trots op bent.
Ook spellen waarbij je samen tegen het spel speelt (coöperatieve spellen) zijn top. Denk aan spellen zoals Forbidden Island of Exit: The Game voor oudere kinderen. Hier win je of verlies je samen.
De kracht van herhaling
Verliezen leren accepteren is een training. Je kunt niet verwachten dat je kind na drie potjes schaken ineens een zen-boeddhist is.
Het is een dagelijkse oefening. Begin klein. Speel een potje waarbij je echt je best doet, maar hou het kort. Vijf minuten is al genoeg. Als je kind verliest, geef dan geen uitgebreide uitleg, tenzij erom gevraagd wordt.
Focus op de moeite die het kind heeft gedaan, niet op de uitkomst. Gebruik de zin: “Ik zie hoe hard je hebt nagedacht.” In plaats van “Je hebt goed gespeeld.” Dit helpt omdat het kind leert dat inzet waarde heeft, ongeacht de uitslag.
Waarom het soms juist helpt om te verliezen
Merk je dat je kind na afloop zegt dat het niet leuk was op de clinic?
Geen paniek, dat hoort erbij. Veel ouders laten hun kind altijd winnen. Dit lijkt aardig, maar het is een val.
Als je kind altijd wint, bouwt het een vals zelfbeeld op. Wanneer het dan op school of bij vriendjes speelt en plotseling verliest, is de klap enorm.
Het kind heeft geen gereedschap om met die teleurstelling om te gaan. Door thuis te oefenen met verliezen, bouw je een soort emotioneel schild op. Je kind went aan het gevoel van ‘o, dit voelt kut, maar het gaat wel weer over’.
Wat te doen bij extreme reacties?
Sommige kinderen gooien niet alleen het speelbord om, maar worden agressief of vernielend.
Regie geven
Dit gaat verder dan alleen boos zijn. Hier is professionele begeleiding soms nodig, maar er zijn thuis dingen die je kunt doen.
Boosheid is vaak een gebrek aan controle. Geef je kind daarom regie. Laat het zelf kiezen welk spelletje er gespeeld wordt, of wie er mag beginnen. Als het verliest, is het makkelijker te accepteren als het kind zelf de keuze heeft gemaakt.
Focus op de ander
Je kunt ook afspreken: “We spelen drie potjes, wie er het meest wint, krijgt een sticker.” Dit geeft structuur.
Als het na het eerste potje al verliest, weet het kind dat er nog kansen komen. Het is niet meteen ‘game over’. Als je kind heeft verloren, vraag dan eens: “Hoe denk je dat de ander zich voelt nu hij gewonnen heeft?” Dit is voor jonge kinderen (onder de 7) vaak te abstract, maar voor oudere kinderen kan het helpen om uit hun eigen hoofd te stappen.
Benadruk dat winnaars het ook fijn vinden om te winnen, en dat het niet leuk is als de verliezer boos wordt. Dit heet empathie ontwikkelen. Het is een lange weg, maar het werkt.
De rol van het voorbeeld
Je kunt eindeloos praten, maar kinderen kijken naar wat je doet. Ook als je langs de lijn staat bij de jeugdcompetitie: hoe ga jij om met verliezen?
Ben je zelf iemand die bij een potje Monopoly meteen roept: “Dit spel is stom!” of die boos wordt als je verliest bij een potje tennis? Wees eerlijk. Kinderen kopiëren gedrag. Als jij laat zien dat verliezen vervelend is maar dat je het naast je neerlegt, help je jouw kind bij het ontwikkelen van een gezonde sportmentaliteit.
Probeer hardop te denken: “Ah, wat jammer! Ik had graag gewonnen, maar ik ben blij voor je dat je wint. Volgende keer beter.” Dit klinkt misschien geforceerd, maar het is een krachtig voorbeeld.
Spelletjes die helpen bij verliezen
Om je op weg te helpen, hier een paar suggesties die geschikt zijn voor het oefenen met verliezen op een B1-niveau voor kinderen: Apps op een tablet kunnen hier ook bij helpen, maar let op: sommige games zijn verslavend en belonen continu. Kies voor spellen waarbij het niveau meegroeit, zoals bij Tsum Tsum of educatieve apps van ONderwijs (hoewel dit een platform is, zijn de spellen vaak adaptief).
- Memory: Dit is puur concentratie. Het draait niet om strategie, maar om focus. Als je verliest, is het vaak minder persoonlijk.
- Kwartet: Hier leer je ruilen en accepteren dat je niet altijd de kaart krijgt die je wilt.
- Stenen rijgen (Beads): Dit is rustgevend. Er is geen winnaar, alleen een creatief resultaat.
- Dobbelstenen: Gooien maar! Het is pure pech of geluk. Dit leert kinderen dat ze soms geen controle hebben over de uitkomst, en dat is oké.
Conclusie: Het is een marathon, geen sprint
Het is vermoeiend om steeds weer die boosheid op te vangen. Maar bedenk: je kind leert nu een vaardigheid die het de rest van zijn leven gaat gebruiken. Het gaat er niet om dat je kind nooit meer teleurgesteld is.
Het gaat erom dat het leert dat teleurstelling niet het einde van de wereld is.
Geef je kind de tijd. Bied een veilige haven wanneer de emoties hoog oplopen.
En vergeet niet: een potje verliezen betekent niet dat je een verliezer bent. Het betekent alleen dat je vandaag net iets minder geluk had, of iets minder geoefend had, of dat de ander gewoon heel goed was. En dat is oké.
Dus pak het spelletje weer op, lach om je eigen fouten en laat zien dat het leven doorgaat na een verlies.
Je kind zal je dankbaar zijn, ook al laat die dat nu even niet merken.